Waarschuwingen en weerstanden
In paragraaf 1.4 van De Meeste Mensen Deugen presenteert Rutger Bregman een aantal waarschuwingen voor wie een positiever mensbeeld wil verdedigen. De eerste is dat voor elke ontkrachte stelling er twee nieuwe voor in de plaats komen. Dat is een interessante observatie, maar wringt wel: tot dusver is er in het betoog nog weinig daadwerkelijk ontkracht. Het probleem lijkt eerder te liggen in de losse manier van redeneren, die het lastig maakt om überhaupt scherp vast te stellen wat er precies weerlegd wordt.
De tweede waarschuwing is dat een positief mensbeeld je tegenover de machtigen der aarde kan plaatsen. Bregman suggereert dat instituties en machtsstructuren minder noodzakelijk zouden zijn als mensen van nature deugen. Dat is een stevige claim. De voorbeelden die hij aanhaalt, zoals de mogelijkheid van een democratie zonder politici, zijn intrigerend maar moeilijk te beoordelen zonder verdere uitwerking. Het roept associaties op met andere idealistische gedachtenexperimenten, zoals het idee dat geld overbodig zou zijn als iedereen de zin van het leven volledig doorgrondt. Aantrekkelijk, maar afhankelijk van aannames die nog bewezen moeten worden.
De derde waarschuwing betreft de sociale prijs van optimisme: wie het opneemt voor een positiever mensbeeld, zal worden “bespot en beschimpt”. Die formulering is veelzeggend. Tegelijkertijd is het de vraag of kritiek op een betoog direct moet worden opgevat als cynisme of vijandigheid. Het genadeloos blootleggen van zwakke plekken is immers niet uitsluitend het domein van de cynicus, maar kan juist worden gezien als een wezenlijk onderdeel van kritisch burgerschap in een democratische samenleving.