Een vermoeden van opzet
Op pagina 4 van De meeste mensen deugen van Rutger Bregman begint zich een merkwaardig gevoel op te dringen. Het verhaal over The Blitz leest namelijk wel erg soepel. De rollen zijn duidelijk verdeeld. Aan de ene kant staat een dapper, nuchter volk dat de bommen van Adolf Hitler met humor en onverstoorbaarheid trotseert. Aan de andere kant staan cynische experts en machthebbers die het gewone volk wantrouwen en koppig vasthouden aan theorieën over massapaniek. In deze dramatische opstelling verschijnt vervolgens ook nog Frederick Lindemann, de vertrouweling van Winston Churchill, die volgens het verhaal zelfs onderzoeksresultaten naast zich neerlegt omdat hij al besloten heeft dat bombarderen werkt.
Het geheel heeft iets weg van een zorgvuldig gecomponeerd toneelstuk. Er zijn helden en tegenstanders, dramatische anekdotes, en morele contrasten die bijna te netjes lijken om waar te zijn. De Britten drinken thee terwijl de bommen vallen, zetten geestige bordjes bij hun verwoeste winkels en tonen een bewonderenswaardige kalmte. Tegelijkertijd worden pessimistische denkers als Gustave Le Bon en strategen als Lindemann opgevoerd als voorbeelden van een mensbeeld dat neerkomt op wantrouwen tegenover de massa.
Juist omdat het verhaal zo strak geordend is, begint zich een andere mogelijkheid op te dringen. Misschien is dit alles wel bewust zo geconstrueerd. Misschien wil de auteur de lezer eerst laten meegaan in een klassiek verhaal van tegenpolen: goed volk tegenover cynische elites, moed tegenover angst, solidariteit tegenover manipulatie. En misschien is de bedoeling vervolgens om te laten zien hoe verleidelijk zulke verhalen zijn. Hoe gemakkelijk wij als lezers meegaan in een gepolariseerd wereldbeeld waarin de rollen helder verdeeld zijn.
Als dat inderdaad de opzet is, zou het een interessante literaire truc zijn. De lezer wordt dan eerst verleid door een meeslepend verhaal, om later te ontdekken hoe sterk narratieven onze interpretatie van gebeurtenissen sturen. In dat geval zou de Blitz niet alleen dienen als historisch voorbeeld, maar ook als demonstratie van een psychologisch mechanisme: onze neiging om de wereld te begrijpen via eenvoudige morele schema’s.
Ik verwacht nu elk moment iets te lezen als ‘Sorry beste lezer, sorry dat ik je even in het ootje heb genomen. Ik hoop dat je me dat vergeeft als je de rest van het boek hebt gelezen. Daarin zet ik een genuanceerd beeld neer waarin goed en kwaad veel gelijkmatiger zijn verdeeld over de mensen.’
Voorlopig blijft het echter een verwachting. Want zolang het boek zelf niet expliciet maakt dat het hier om een bewuste constructie gaat, blijft de mogelijkheid bestaan dat het verhaal als geschiedenis is bedoeld. En dan rijst onvermijdelijk de vraag of de werkelijkheid werkelijk zo overzichtelijk was als het narratief suggereert.